Onweer en bliksem

Onweer  
Onweersbuien komen in Nederland regelmatig voor, voornamelijk in de zomermaanden wanneer het warm is. 
Op warme dagen stijgt warme, vochtige lucht de atmosfeer in. Hoger in de atmosfeer koelt de warme lucht weer af: er ontstaat condens. Hierdoor ontstaan er (stapel)wolken. Gaan de wolken verder omhoog groeien, treedt er meer condens op. De waterdamp condenseert dan tot waterdruppels: de wolk wordt een bui. Men spreekt pas over onweer wanneer een bui gepaard gaat met elektrische ontladingen. Deze ontladingen worden ook wel de bliksem genoemd. Vaak na een ontlading is er binnen enkele secondes een gerommel te horen. Dat noemt men de donder.


Ontwikkeling van stevige onweersbuien
Voor de ontwikkeling van stevige onweersbuien heb je (veel) warmte nodig. Daarnaast moet er een storing zijn met voldoende vocht erop (bijvoorbeeld een koufront). Zonder vocht hebben de buien geen kans om zich te kunnen ontwikkelen. Door de warmte komt er vaak energie vrij, ook wordt de lucht onstabiel. Om dat te kunnen waarnemen gebruik je de kaarten CAPE/lifted index: de CAPE  geeft de hoeveelheid energie aan die in de lucht zit en de lifted index de onstabiliteit (meer uitleg vind u hier). Echter zit er soms bij dit soort kansen een adder onder het gras.
De CIN (is een negatieve energie voor het laten ontwikkelen van onweersbuien) of inversie kan soms roet in het eten gooien voor het laten ontwikkelen van stevige onweersbuien. Er ontstaat een virtuele deksel die opstijgende warmte tegen houdt. Hoe hoger de CIN waardes des te moeilijker het wordt. Er moet een goede organisatie en voldoende energie aanwezig zijn om de deksel dan te kunnen doorbreken. Wanneer dit gebeurt kan het (lokaal) flink ontploffen doordat alle enrgie in 1 x vrijkomt. Een storing speelt vaak daarbij een rol om de buien te laten ontploffen, maar er spelen veel meer factoren met zich mee bijvoorbeeld de schering. Schering betekend een groot windverschil op verschillende hoogtes en is belangrijk voor de organisatiegraad van de buien. Naast de hoeveelheid CAPE is schering ook een belangrijke rol voor het laten ontstaan van stevige onweersbuien. Hoe meer schering des te beter de buien zich kunnen organiseren. De eenheid van schering wordt aangeduid in KTS.


Een onweersbui kondigt zichzelf aan door het gerommel in de bui en een scherpe stijging  van de luchtdruk.


Deze wolken worden ook wel eens Altocumulus genoemd (onweersverklikkers). Als deze in de zomer 's ochtends vroeg opduiken aan de hemel, dan is het vaak een teken dat er onweer op komst is.  

Bliksem
Een onweersbui heeft een positieve en een negatieve lading. De positieve lading zit boven in de wolk
en de negatieve ontlading onderin de wolk. In onweerswolken stromen sterk stijgende warme lucht en sterk dalende koude lucht vlak langs elkaar met flinke snelheden. Met die stromingen worden ook elektrisch geladen deeltjes meegevoerd, waardoor de wolk wordt opgeladen.
 

De negatieve lading aan de onderkant van de wolk trekt alle positieve geladen deeltjes op de grond, in bomen, gebouwen etc. naar zich toe. Als er genoeg negatieve lading in de wolk en positieve lading op de grond ontstaat, gaat er een stroomstoot van de wolk naar de aarde; een bliksem. Tijdens een bliksemschicht worden de deeltjes binnen in naar elkaar toegetrokken en zetten het daarna uit. Tijdens de uitzetting van de deeltjes komt er een golf vrij. Dat is dan de donder. De temperatuur in een ontlading is erg hoog en ligt ongeveer op 30.000 graden Celsius, de stroomsterkte is bij een ontlading tussen de 20000 en 400000 Ampère en de spanning bedraagt meestal miljoenen volt.
Een bliksemschicht is gemiddeld 5 tot 6,5 kilometer lang en heeft een doornsnede van 2,5 centimeter. Soms kan een bliksemschicht lange afstanden maken, dus als je net buiten de onweersbui staat is er een kans aanwezig dat je geraakt kan worden. De donder die erbij vrij komt gaat behoorlijk hard. Als je van een afstand naar de bliksemschichten staat te kijken, hoor je de klap van de bliksem altijd een stuk later.
De verklaring is heel eenvoudig: Licht gaat veel sneller dan geluid.

Regelmatig is te zien bij onweersbuien dat de ontladingen verschillende soorten kleuren hebben. De ene keer zie je een groene flits en de andere keer een witte of een blauwe. Dit heeft te maken in wat voor omstandigheden de ontlading plaats vind: een witte bliksem is een droogte onweer. Paarse/groene bliksems zie je vaak in (hevige) regenkernen. Blauwe bliksems treden op in polaire luchten (Vaak in de winter te zien is) en een oranje bliksem zie je vaak wanneer de atmosfeer (erg) stoffig is (fijnstof).

Afstand berekenen tussen jou en de bliksem
Als je goed bent in rekenen, kun je makkelijk weten hoever het onweer van je vandaan is.
Dit doe je door de volgende formule te hanteren:  343 meter per seconde.
Geluid is namelijk langzamer dan het licht. Bijvoorbeeld: Als je in de verte een  bliksemflits ziet, duurt het even totdat je de donder hoort. In die tussentijd ga je dan tellen.  Hoor je de donder na 2 seconde dan is het onweer 686 meter van je vandaan. (343 x 2)

De donder kan je op 2 verschillende manieren horen. Zodra de bliksem van wolk naar aarde gaat hoor je een (harde) korte donder. Als de bliksem van wolk naar wolk gaat hoor je een (zachte) lange rommel.


Bliksem is mooi, maar ook gevaarlijk! Alles over onweer en veiligheid ->  www.art-of-thunders.nl/products/onweer-en-veiligheid/

Er zijn verschillende type onweersbuien in Nederland. We hebben het hieronder allemaal op een rijtje gezet.

Warmte onweer (Pulse storm)
Ze ontstaan vaak in de zomer op warme vochtige dagen aan het einde van de middag boven warm gelegen gebieden (bijvoorbeeld de Veluwe). Deze buien ontstaan razend snel door verticale stijgbewegingen, maar zakken ook snel weer in elkaar. Een pulse storm verplaatst nauwelijks doordat er op hoogte weinig wind staat. Ze veroorzaken in korte tijd veel neerslag met plaatselijk wateroverlast als gevolg. Deze pulse storms duren vaak 15-30 minuten.

De losse onweerscel (single cell)
Losse onweersbuien zijn een stuk beter georganiseerd dan een Pulse storm
en hebben een langere levensduur. Deze kunnen dan ook hagel en soms windstoten met zich meebrengen. Een single cell kan echter alleen ontstaan wanneer er een storing aanwezig is.

Clusterbuien (Multicellen)
Onweersbuien waarvan de cellen aan elkaar zijn geclusterd. Er zijn meerdere cellen
in 1 buiengebied actief en door de samenwerking van de buien leven ze langer
dan de losse onweersbuien. Vaak zie je bij dit soort cellen aan de voorzijde nog een arcus of shelfcloud.
De bliksemactiviteit erin is matig tot vrij hoog (hangt af hoeveel energie en schering beschikbaar is).

Supercell
Een verschijnsel wat amper voorkomt in Nederland. Deze cellen draaien om haar eigen as heen en kunnen een hoos produceren. Ze ontstaan wanneer er veel schering aanwezig is op verschillende hoogtes. Een supercell is een zwaar type bui en wijkt vaak af van een huidige trekrichting, wanneer dit gebeurt wordt het ook wel eens een right of leftmover genoemd. Een supercell kan flinke hagelstenen produceren door de sterke op en neerwaartse luchtstromen en kunnen er zware valwinden optreden.

Buienlijn (Squalline)
Een squalline kan het gehele jaar voorkomen in ons land. In de winter zal de activiteit vaak minder zijn dan vergeleken in de zomer. De sterke windvlagen blijven wel altijd aanwezig in een buienlijn. Deze ontstaan vaak op fronten (koufront). Vaak zitten er randverschijnselen voor (bijvoorbeeld een Arcus of Shelfcloud). In de zomer kunnen deze lijnen fel uitpakken door de (vele) aanwezige energie en schering in de atmosfeer. De bliksemactiviteit ligt daarom vaak ook hoog.

MCS (Meso scale Convective)
Grote buiencomplexen die voornamelijk voorkomen in de nacht. Dit soort systemen
hebben een zeer hoge bliksemfrequentie (300+ ontladingen per minuut) -> Lees meer over de MCS hier

Bow Echo
De term bow refereert naar de boogvorm van de echo op de radar. Een bow-echo komt vaak voor op buienlijnen. 
Deze ontstaan wanneer er een enorme windtoename is op 1,5 tot 3 km hoogte (700-850 Hpa). De toename is het gevolg van het ontstaan van een krachtige instroom van lucht vanaf de achterkant van de bui naar voren toe. De windstoten zullen hierop dan extra fel uithalen en kunnen er pieken bereikt worden tot boven de 100 km/uur. De kans op schade is meestal in zo'n bow-echo aanwezig.


Een squalline met een bow-echo op 13 augustus 2015 boven het zuiden van België.
Volg de onweersbuien actueel op onze onweerradar

Zwaar onweer
Zwaar onweer is meestal het gevolg van een samenloop van bepaalde omstandigheden, zoals grote temperatuursverschillen, hoge luchtvochtigheid en een sterke wind op grote hoogte in de atmosfeer (schering). Vaak hangt de intensiteit van het onweer af van de tijdstip van de dag. In de zomermaanden is de kans op zware buien het grootst aan het einde van de middag en in de avond. Dan is de lucht voldoende opgewarmd en is er veel energie aanwezig. Zware onweersbuien kunnen snel toppen bereiken tot wel 15 a 16 kilometer!

Onweerseizoen
Onweersbuien komen voornamelijk in de lente- zomermaanden voor wanneer het warm is. In de maanden april,mei,juni,juli,augustus en het eerste deel van september komen regelmatig onweersbuien voor. In de weerwereld wordt dit ook wel eens het onweerseizoen genoemd. 

In de lente is de kans op onweer in het binnenland groter dan langs de kust. Dit komt omdat het water dan nog te koud is. Dit geeft een negatief effect op onweersbuien waardoor ze hun energie snel verliezen.  In het najaar (wanneer het water voldoende is opgewarmt) is de kans op onweer juist langs de kust groter dan in het binneland. De zee is dan een brongebied geworden voor het laten ontwikkelen van onweersbuien en er is dan genoeg energie aanwezig door het warme water (wel moet er een storing aanwezig zijn). In de wintermaanden komt onweer ook voor, maar dan veel minder vergeleken in de zomer. Het onweer wordt dan voornamelijk gevoed door de onstabiliteit die in de lucht aanwezig is.


Gemiddeld telt Nederland 30 onweersdagen per jaar. In het zuiden komt onweer vaker voor dan in het noorden.

Hoogtes
Onweer is in de winter gevaarlijker dan in de zomer. Dit komt omdat de basis van zo'n onweersbui in de winter veel lager ligt dan in de zomer. Als de basis laag ligt heeft de bliksem sneller een neiging om in de grond te slaan.


Vaak bij onweersbuien zien we de wolken oplichten. Er vindt een ontlading plaats binnen in de onweersbui. Dit noemen wij weerlicht.

Bolbliksem
De bolbliksem is een bijzonder verschijnsel wat niet vaak voorkomt. Het is een bal die bestaat uit plasma. Deze komen soms bij zware onweersbuien voor. Een bolbliksem is bijna even groot als een voetbal en vliegt als het ware door de lucht. Het is ook dan een gevaarlijk verschijnsel! Er gaan verhalen rond dat een bolbliksem via je ramen of zelfs via de schoorsteen binnen kan komen. Gelukkig hebben deze ballen geen lange uithoudingsvermogen, want ze zijn vaak enkele secondes zichtbaar en doven daarna uit. Wanneer zo'n bal in een meterkast of iets dergelijke gaat is de schade enorm.







disclaimer

 Uitleg waarschuwingen

 Aantal bezoekers nu